Feestrede

Levensadem zet in beweging

 

door

Ds. Paul van Dijk

(pastor Goede Herderkerk, Alphen aan den Rijn)

uitgesproken op 8 mei 2018

H. Bonaventurakerk, Woerden

Feest van de Geest begint vanavond. In mijn verhaal wil ik laten zien hoezeer levensadem betrekking heeft op kunst als op het Oude als het Nieuwe Testament.

Levensadem, geestkracht. Iets dat we niet kunnen zien, maar wel kunnen voelen. We kunnen erdoor geraakt worden. Een schilderij heeft ook levenskracht. Als wij naar een schilderij kijken, kan het ons aanspreken. Maar wat soms de een wel aanspreekt, spreekt een ander niet aan. De een wordt geraakt door abstracte schilderijen. Denk aan de grote gekleurde vlakken van Mark Rothko. De ander moet er niets van hebben en wordt meer aangesproken door de warmte en de lichtval in schilderijen van Rembrandt. Voor ieder is het anders, maar het is mooi dat mensen geraakt, of ‘gepakt’ worden, door schilderijen, beeldhouwwerken, kunst. Het kan je dus zomaar overkomen. Wat is het toch dat iets je boeit, je raakt? Zit er geestkracht in schilderijen? In kunst wat mensen maken? Geestkracht kan je leven veranderen. Op het moment dat het gebeurt weet je dat nog niet, maar later…

 

Chagall vertelt in het boek ‘Mijn Leven’ (1922) dat hij als kind niet wist wat een kunstenaar was. Ook beschrijft hij in zijn biografie hoe hij voor het eerst met de mogelijkheid in aanraking kwam om zelf tekeningen te maken: ‘Tot 1906 had ik in mijn hele leven in Vitebsk nog geen enkel schilderij of tekening gezien. Op een dag zag ik op school een van mijn klasgenoten een afbeelding uit een tijdschrift natekenen... Met stomheid geslagen zat ik naar hem te kijken. Het kwam me voor als een visioen, een soort openbaring in zwart-wit. Ik vroeg hem hoe je dat moest doen. Domkop, antwoordde hij, loop naar de bibliotheek, zoek een plaatje uit dat je bevalt en teken het na. Zo ben ik schilder geworden.’

 

Chagall werd gegrepen door tekenen, door schilderen. De kracht die niet zichtbaar is voor ons, grijpt ons en raakt ons. Die kracht vinden we ook terug in de Bijbel. En dat start al in het begin van de Bijbel, het eerste boek van Mozes dat we later Genesis hebben genoemd. Daar lezen we, in het tweede vers, de duisternis lag over de oervloed, maar de Geest van God zweefde over het water. Het begin van de schepping, of beter gezegd, het begin van de ordening. De aarde is nog niet, het is chaos. En net als met een kluwe wol, daar moet iets mee gebeuren om er een keurig bolletje van te maken. Van die wereld ook. Wanneer God zich ermee bemoeit, dan gaat er iets gebeuren. Zo begint het, met de Geest van God. Die Geest zet aan tot actie. En in het begin, tot ordenen.

Geest van God, in het Hebreeuws, ruah, elohim. Ruah, met als grondbetekenis wind. Wind is er altijd, wind is altijd in beweging, is een kracht. In de tijd dat ik in het Zeeuwse dorp Borssele werkte, was dat elke dag te merken: in Zeeland is altijd wind. Toch is het hier weer dat we de wind niet kunnen zien, alleen het resultaat van de wind, dat iets beweegt.

 

Die wind zet ook mensen in beweging. En dat vinden we terug bij het feest van Geest, namelijk Pinksteren, dat in Handelingen staat. Het Wekenfeest is voor joden de afsluiting van Pesach (het Joodse paasfeest): de uittocht uit de slavernij van Egypte wordt bekroond met het ontvangen van de Tora op de berg Sinai. Op dezelfde wijze is Pinksteren voor christenen de bekroning van het christelijke Pasen: de ‘uittocht’ van Jezus uit het dodenrijk wordt vijftig dagen later bekrachtigd door het ontvangen van de heilige Geest. En dat lezen we in Handelingen 2.

Het christelijke Pinksterfeest heeft z’n wortels heeft in Jodendom. De wind die er waait over de mensen is de geest van God. De mensen worden in beweging gezet. Ze beginnen met elkaar te praten en iedereen is geraakt door wat daar gebeurt. Niet alleen zijn mensen in verwondering. Immers, zij komen niet voor dat wat hij het Pinksterfeest noemen, maar voor hun Wekenfeest. Joden uit allerlei streken komen naar Jeruzalem. En dan is het een schok, dat die mensen elkaar ineens kunnen verstaan.

Hoe zou het zijn als iedereen in Alphen aan den Rijn, van diverse etnische afkomst ineens elkaar kan verstaan. En dan zeg ik er bij, of je dat nu wilt of niet. Iedereen verstaat iedereen. Zou toch mooi zijn…hoewel er ook mensen zeggen…oh ze hebben te veel wijn gehad. Bij hen komt het dus niet binnen.

 

Voor kunst, voor de geest, voor inspiratie, moet je je blijkbaar openstellen, er ontvankelijk voor zijn. Net als wanneer je in een kerkgebouw komt. Het ene gebouw doet je meer dan het andere. Hoe dat komt, ik weet het niet. Het maakt iets in je los, als je er aandacht voor hebt. Misschien iets van het toelaten van mysterie, wat we niet kunnen duiden, maar je wel in beweging zet. Je ademt ervan op, geeft iets aan je. En jij geeft de kracht weer door, door kunst, door beelden, door woorden. Kunst voor weer een ander, levensadem voor weer een ander. Geestkracht voor iedereen.