Feestrede

"Vrijheid van Geest"

 

door

Prof Dr.Maarten den Dulk

 

uitgesproken op de openingsavond 3 mei 2016

Adventskerk, Alphen aan den Rijn

 

Dit kerkgebouw is het atelier van de christelijke gemeente. Wekelijks wordt hier een kunstwerk gemaakt, maar wel een kunstwerk van heel vluchtige materialen. Er wordt een lied gezongen, een kaars gebrand, een tekst gelezen, er wordt een kind opgetild bij een kom met water en er wordt een tafel voorzien van brood en wijn. Even lopen de emoties hoog op en dan is het uur  weer om. Weg is het kunstwerk.

 

Vrije kunstenaars hebben hun eigen atelier. Daar maken ze kunstwerken van duurzame materialen. Ze geven aan hun verbeelding vorm en gestalte, kleur en ritme. Het komt eruit in miniatuur of in robuuste architectuur, in stilte of klankrijk, met of zonder woorden. Maar wat er uit komt, stáát. Hun ambacht en hun training zorgt ervoor dat het kunstwerk op eigen kracht kan verschijnen en dat het blijft staan.

 

De gemeente hier, kan niet zonder kunstenaars daar. Als er geen kunstenaars waren, zou dit huis niet overeind blijven, de vensters zouden hun licht niet kunnen laten spelen op het stilleven op tafel. We zouden de kandelaars missen waartussen Gods woord fluisterend begint. Er zou geen kom zijn die het water uitnodigt voor de doop. De muren zouden niet spreken en de vloer zou niet leven. Er zou geen lied en geen muziek zijn en dan zijn we nergens.

 

 De kunstenaars die hier binnen komen, doen nog meer. Ze kijken hier om zich heen en dan zien ze wat de vaste gebruikers van deze ruimte niet zien. Ik weet niet hoe dat gaat. Ze wikken en wegen. En dan zien ze ineens mogelijkheden om vorm te geven aan een diep verlangen in mij of aan iets dat ik vergeten ben of iets dat mij op dit moment in mijn leven aangrijpt. Hoe ze dat doen weet ik niet, maar als ze het doen, raakt het me. Dat moment waarop wij hier geraakt worden door wat een kunstenaar doet, is een feest. Dat feest vieren we vandaag. Maar dat is nog niet alles.

 

Die twee, kunst en kerk, gedijen het best in een publieke ruimte waar ze vrij kunnen zijn. Als het op straat niet goed gaat, gaat het binnenshuis ook niet goed. We snakten naar adem na de aanslagen in Parijs en Brussel en Libanon. We demonstreren met tranen in de ogen voor vrijheid van meningsuiting en van levensstijl. We oefenen tegen de klippen op in de vrijheid van migratie. We zingen op 5 mei dat we niet buigen voor tirannie. Vrijheid van de geest, dat is de zuurstof waar de gemeente hier en waar kunstenaars daar van leven. Maar zomaar ineens is die vrijheid gevlogen. Dan hopen we maar dat het maar een paar dagen duurt. Misschien vliegt de vrijheid al weer terug, als een postduif. We turen de hemel af of die vogel niet weer spoedig zal verschijnen met goed nieuws in de bek.

 

Dat is wat we in dit huis gewend zijn om te doen. We turen de hemel af of de Geest van de vrijheid zal komen aanvliegen. We noemen haar Geest van de levende God, Geestdrift die levend maakt, Messiaanse spirit. We weten dat die Geest niet bescheiden is. Die Geest beschouwt de hele aarde als haar atelier. Die Geest gebruikt alle materialen die hier voor handen zijn. Niets is haar te min of te vreemd. Het gerucht gaat dat deze Geest ooit in het begin stof van de aarde heeft gebruikt om er mensen van te maken. Mensen onder het stof vandaan halen...Dan moet je wel héél creatief zijn. En dat is die Geest dan ook.

 

De Geest van de vrijheid breekt onverwachts ons leven binnen en maakt ons speels en jong. Waar dat gebeurt, daar maakt de kunstenaar iets wat lijkt op de heerlijke vrijheid van de Geest. En waar dat gebeurt daar maken kerkgangers, met zingen en bidden, niet minder dan een kunstwerk. Als die vrije Geest waait, wordt nieuw leven geboren en dat gaat de hele wereld aan. Dat vieren we vandaag. Kerkganger en kunstenaar hebben elkaar daarvoor nodig. Soms is er zo’n moment dat ze elkaar hartelijk omhelzen. Bij deze!