Over Pinksteren ...                                                    (2016)

 

Pastores geven hun visie op de hedendaagse betekenis van Pinksteren.

Udo Doedens

(Westerkerk, Gouda)

 

 

1

Christus stoot de hemel open,

een vuur komt door de wereld lopen,

een nieuw getij breekt haastig aan.

Hoor, de Geest vaart door het heden,

vanwaar? waarheen? met sterke schreden,

geen tegenstand kan Hem weerstaan.

Geeft op uw trots verzet,

verliest u aan zijn wet.

Gij zijt veilig

in zijn domein,

nooit meer alleen,

want nimmer zult gij wezen zijn.

 

2

Laat u door de Trooster vinden,

eens onbemind, nu Gods beminden,

o kindren van Jeruzalem,

dwaalt niet moedeloos, als vreemden,

want Christus leeft, Hij die u kende.

Nu neemt de Geest en deelt uit Hem.

Uw wachten is voorbij,

de Dag komt naderbij,

merkt het teken,

maakt u bereid,

de Heer bevrijdt,

staat op en volgt, het is de tijd.

 

3

Ja, dit wordt een dag der dagen!

Het nieuwe boek is opgeslagen,

de Geest schrijft wegen in de tijd.

De trompet is reeds gestoken,

de stad werd zevenmaal omtrokken,

hoelang reeds bleef dit uur verbeid!

Treedt nu de muren uit:

de Geest neemt ons ten buit,

zijn getuigen.

Een nieuwe baan

mag ieder gaan,

de Heiland zelf, Hij schrijdt vooraan.

 

4

Eenmaal zal Hem alles prijzen,

de Geest zal allen onderwijzen:

wie wederstond, wordt overmocht.

Geest van liefde, wijsheid, krachten,

de wereld blijft uw leiding wachten,

zo vaak hebt Gij uw volk bezocht.

Jeruzalem, treed uit,

verheug u als een bruid,

zie uw Koning!

Uw schreden richt

de Gids ten licht:

Hij opent eeuwig vergezicht.

 

 

Gezang 244 uit het Liedboek voor de Kerken