Over Pinksteren ...                                                    (2016)

 

Pastores geven hun visie op de hedendaagse betekenis van Pinksteren.

Marianne Paas

(Opstandingskerk, Woerden)

 

 

In de Nederlandse taal komt het begrip ‘geest’ op verschillende manieren voor:

   - je kunt geestdriftig zijn en bergen verzetten, maar als de geest eenmaal uit de fles is,
     berg je dan maar…

   - in verwarrende situaties kan het een voordeel zijn wanneer je beschikt over
     tegenwoordigheid van geest…

   - je kunt in de geest van iemand spreken of handelen en tenslotte kan een mens
     de geest geven….

 

In Bijbel, theologie en kerk speelt het begrip ‘geest’ een grote rol. Het gaat dan vrijwel altijd over ‘de Geest van God’ – met hoofdletter G.

Het Pinksterfeest dat we in de kerk vieren heeft daar alles mee te maken.

Pinksteren verwijst allereerst naar het verhaal in het boek van de Handelingen, waarin wordt verteld hoe de Geest van God wordt uitgestort over de leerlingen van Jezus, nadat Jezus naar de hemel is gegaan.

 

Pinksteren wordt altijd gevierd op de vijftigste dag na Pasen, Pentecoste.

Het christelijke Pinksterfeest komt niet uit de lucht vallen: het heeft zijn oorsprong in de Joodse traditie van Sjavoe’ot: ook een hoogfeest. Op Sjavoe’ot wordt herdacht hoe de Eeuwige heeft gesproken op de berg Sinai en daar de Tora heeft gegeven, de leefregels voor het goede samenleven van mensen. In het boek van de Handelingen (hoofdstuk 2) kun je lezen dat de leerlingen van Jezus bij elkaar waren om Sjavoe’ot (Pinksteren) te vieren. Het verhaal gaat dat dan de Geest van God verschijnt: in de vorm van tongen van vuur die als een soort fakkels rusten op elke individuele leerling. Daarna kunnen de leerlingen zich verstaanbaar maken voor de mensen van allerlei taal en afkomst. Het verhaal sluit daarmee aan op oude overleveringen die bij de mensen van die tijd bekend waren:

- volgens een oude traditie sprak God, toen God de Tora/de tien leefregels gaf, in alle
  talen van de wereld;

- volgens een andere legende, kwamen Zijn woorden te voorschijn als zichtbare fakkels van vuur,
   die tot elke Jood apart kwamen.

 

De ‘Geest van God’ is er natuurlijk niet eerst pas in het Nieuwe Testament.

Hij, of liever ‘zij’, is er al vanaf ‘den beginne’.

Wanneer het volk Israel in ballingschap is gevoerd, voelt het de noodzaak om de eigen geschiedenis op te schrijven. Een belangrijke vraag is dan: ‘waar komen we eigenlijk vandaag, hoe is het eigenlijk begonnen…?’

‘Het lied van de schepping’ is een antwoord op die vraag – niet als een natuurwetenschappelijke verklaring, maar als een geloofsantwoord: het begin van alle leven is bij de Eeuwige en de Geest van God is aanwezig, zelfs toen alles nog chaos was…

Het Hebreeuws woord voor ‘Geest’ is:  ‘ruach’, een vrouwelijk woord. Het betekent Geest, maar ook ‘wind’ en ‘adem’. Die Geest zweeft in het lied van de schepping over de aarde…

Het 2e scheppingsverhaal vertelt dat de mens wordt gevormd uit aarde en damp…

Er komt pas ‘leven’ in, wanneer God de mens de levensadem in de neus blaast…

Direct verbonden het woord ‘ruach’ is het woord ‘rechem’. De betekenis van rechem is: baarmoeder, de plek waar nieuw leven groeit (nog in het verborgene). ‘Rechem’ heeft daarbij nog de betekenissen van ‘ontferming’ en ‘genade’. (Op de paarse stola die ik op mijn toga draag, heb ik die betekenis van rechem verbeeld in een gestileerde baarmoedervorm).

 

 

Voor mij heeft ‘vrijheid van Geest’ dus alles te maken met het verstaanbaar maken van (nieuw) leven, adem, ontferming en genade – als woorden die duiden op het goede leven voor het aangezicht van de Eeuwige.